Kapel bij Huize Padua.

  
Kapel

Rijksmonument
De niet georiënteerde kapel aan de Kluisstraat, werd in 1897 gebouwd in Neo-gotische stijl naar ontwerp van architect J. Heykants.
De bijsacristie aan de oostzijde werd in 1923 verkleind, toen het administratiekantoor werd gebouwd en door middel van een gang verbonden met de kapel. Het interieur van de kapel is rond 1970 vereenvoudigd.

Omschrijving.
De eenbeukige zaalkerk telt een schip van zeven traveeën en een lager koor van twee traveeën met driezijdige sluiting. Links en rechts van het koor zijn een rechthoekige sacristie en bijsacristie gebouwd. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen, de afzaten van de steunberen met versnijding en de cordonlijsten zijn van hardsteen.
De spitsboogvensters hebben traceringen van kalksteen in de vorm van drie, vier- en vijfpassen. Aan oost- en westzijde is er een kleine uitbouw met spitsboognis en kruisbloem, waar zich oorspronkelijk de biechthokjes bevonden. Onder de gootlijst en in de topgevels zijn respectievelijk randen in reliëfmetselwerk en spitsboogfriezen gemetseld. Op het zadeldak van het schip en het schilddak van het koor liggen leien in rensdekking. Het dak is voorzien van kleine dakkapellen met schilddak en bolpiron. De lage vierkante toren is geïncorporeerd in het schip en heeft de vorm van een dakruiter. De toren bezit een uurwerk en heeft een opengewerkte klokkestoel.

Op de achtzijdige spits een bewerkt kruis met weerhaan. In de gevel aan de noordzijde bevindt zich de hoofdingang. Boven de vernieuwde vleugeldeuren bevindt zich een spitsbogig bovenlicht met rozet. Naast de deur en er boven zijn spitsboogramen met tracering. In de topgevel is een klein rondraam. Daar waar de oostgevel van de kapel en het administratiekantoor op elkaar aansluiten, is een zij-ingang via een betegelde hal. Het interieur is gepleisterd en merendeels wit geschilderd. Inwendig wordt de ruimte verdeeld door kolonetten met bladkapiteel, overgaand in kruisribgewelven met bloemrozetten. De zangerstribune rust op twee zuilen van Naamse steen, voorzien van bladkapiteel. De ranke borstwering bestaat uit een serie spitsbogen. De eikenhouten kerkbanken zijn genummerd en hebben snijwerk in laagreliëf, met een voorstelling van rozen en wijnranken. In het koor bevinden zich drie figuratieve glas-in-loodramen. De middelste dateert vermoedelijk uit de bouwtijd. De andere twee hebben de inscriptie: “Geschonken door dr. A.D. van Zutphen 1937”. Waardering. De kapel is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van orden en congregaties en hun rol in de gezondheidszorg en charitas in het katholieke zuiden, met name de zorg voor zieken en zwakzinnigen door katholieke congregaties in de negentiende eeuw, het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de neogotische gestichtskapel. Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een eenvoudige maar doelmatige neogotiek en is van belang als voorbeeld van het werk van de kloosterarchitect Heykants. Het heeft ensemblewaarden is samenhang met de overige delen van het instituut. Het is relatief gaaf bewaard gebleven en als voorbeeld van een kapel bij een zwakzinnigeninrichting langzamerhand zeldzaam geworden.