door Martha van Eerdt en Max van den Boogaard

Joep Jansen is al bijna 40 jaar de uitbater van café ’t Menneke in het centrum van Boekel. Inmiddels deelt hij het kasteleinschap met de volgende generatie in de persoon van Iris van den Boogaard. Een mooi moment om terug te blikken op die afgelopen 40 jaar. Wij, dat wil zeggen Max van den Boogaard (geen familie van Iris) en Martha van Eerdt, gaan hierover in gesprek met Joep en Iris. Iris heeft een opleiding gevolgd aan De Rooi Pannen in Tilburg en ze heeft Small Business en Retail Management gedaan aan de Fontys Hogeschool Eindhoven. Max van den Boogaard was en is, én een medewerker van ’t Menneke én een trouwe klant. Hij heeft zijn vrouw achter de bar van ’t Menneke leren kennen. Martha van Eerdt werkt aan een artikel over de Boekelse cafés door de eeuwen heen.
Café ’t Menneke is een van de oudste cafés van Boekel. Het staat in het centrum van het dorp naast het gemeentehuis. Toen Boekel nog geen gemeentehuis had – het eerste gemeentehuis van Boekel is gebouwd in 1848 – stond het café er al wel, en in begin 19e eeuw werden in dit café de gemeenteraadsvergaderingen gehouden. Maar dat was vér voordat Joep hier de baas was.
Het café is een gemeentelijk monument. Tijdens ons gesprek wordt het café net opnieuw geschilderd in de kleuren Brabants geel en donkergroen (figuur 3). Dat zijn kleuren die we op meerdere monumenten in Boekel, zoals de molen en oude boerderijen, tegenkomen en waar de gemeente ook wat subsidie voor geeft.
Joep is geboren en getogen in de Schafratstraat. Een echte Boekelaar dus. Hij is ook een stapelaar, dat wil zeggen dat hij na de lagere school naar de mavo ging en daarna naar de havo om zo toegang te krijgen tot de pedagogische academie. Met 21 jaar was hij onderwijzer, maar in die tijd, begin jaren 1980, was er een grote werkloosheid. Joep heeft op allerlei scholen lesgegeven als invalkracht, maar een vaste baan was toentertijd niet te krijgen. Hij zat dan ook regelmatig in de WW (Werkloosheidswet). In 1986 neemt hij het café over van Wim, de jongste zoon van Harrie en An van den Elzen-Dekkers (An van ’t Menneke).

Hoe het allemaal begon
Joep vertelt: “Ik ben hier in het café op mijn 14e begonnen met glazen spoelen. Ik was bevriend met de jongste zoon van An en het café was ook het clubhuis van de voetbalclub. Een keer met carnaval, met een vol café en twee man aan het oberen en twee man achter de bar, liep ineens de glazenspoeler kwaad weg, en toen werd mij gevraagd of ik kon invallen. En zo is het begonnen. Nou vond ik dat glazen spoelen niet zo interessant, dus als er iemand twee pilsjes bestelde en die andere mannen hadden dat niet in de gaten, dan tapte ik die snel. En van het een kwam het ander. De eerste keer dat ik mocht oberen, dat was met de kermis en toen was ik 16 jaar. Ik had zo’n wit jasje aan voor de munten en de bonnen waarmee men betaalde. In 1986 wilde Wim van den Elzen het café verhuren, maar het pand was zo slecht onderhouden dat er geen huurders te vinden waren. Ik heb het toen gekocht, of eigenlijk mijn moeder, want ik had geen geld”.
Grote verbouwing
“Ik heb toen Nico Arts als architect in de arm genomen. Ik wilde het café zoveel mogelijk bewaren zoals het was. Het café en de uitbouw aan de kant van de Sint-Janschool, dat noemen ze hier ‘het huisje’, zijn gebleven. De rest is nieuw gebouwd met een grote kelder eronder. We hebben hier nu tanks voor 5500 liter bier liggen. Onder het oude café was maar een kelder van 1 meter diep met 3-4 treden naar beneden, en daar lagen fusten van 50 liter. Ik wilde dat oude bruine café behouden, want ook in die tijd werden dat er al steeds minder. Met bruine lambrisering, een bar centraal in het café met hoge krukken en oude attributen zoals een biljart en een spaarkas” (figuur 4 en 7).
Joep heeft nog meegemaakt dat er na de mis 50 borrels werden klaargezet. En dat kon van alles zijn: oude klare, jonge klare, citroenjenever, brandewijn of Jägermeister. Er zat toen wel 50-60 man binnen. Er stonden nog lage tafels en dan werd er getoept. Na elk spelletje, dat zo’n 5 tot 10 minuten duurde, werd er opnieuw ingeschonken. “Nou dan moette flink werken”, zegt Joep. “Dat duurde tot twee uur, half drie in de middag en dan gingen ze naar huis. En moeder de vrouw had dan een geweldige middag want dan lagen hun mannen in de bank te slapen.” Vrouwen kwamen niet in het café. Joep weet nog, maar dat was voor zijn tijd, dat er alleen een wc buiten was en dat was niet meer dan een bak tegen de muur. “Voor vrouwen was er niks”.
Joep vertelt verder: “Alle spelletjes die in een café gespeeld worden zijn gebaseerd op drank. Wie verliest moet iets vies drinken of de drank betalen. Kaarten, mexicanen (dobbelspel) of vroeger vuisten aan de bar. Vuisten ging met lucifers die er nu niet meer zijn. Vroeger, toen ik begon, smeet men met geld. Niemand bestelde minder dan 10 pilsjes. Uiteindelijk werd wel tweederde van het getapte bier weggegooid in de spoelbak en dat was heel normaal.”

Verenigingsleven
Toen Joep begon was de gemiddelde leeftijd van de klanten hoog, en dat wilde hij wel veranderen. Hij vertelt: “De eerste jongerengroep die hier binnenkwam, dat waren voetballers die net verkering hadden, niet meer naar de disco wilden en zaterdagavond met de meid naar de kroeg gingen. En de jongens die nog een vrouw zochten, kwamen eerst hier en dan gingen ze met een taxi naar de discotheek in Zeeland of Gemert. Soms stonden hier rond 11 uur ’s avonds wel 10 taxi’s voor de deur. Tegenwoordig gaan de jongeren naar festivals en een vrouw vinden ze op internet. Maar er zijn steeds meer jongeren hier gekomen; vriendengroepen, sportgroepen van jongeren tussen de 17 en 25 jaar en eigenlijk uit het hele verenigingsleven. Sportclubs van voetbal, handbal, volley en hockey komen hier. De koren, het jongerenkoor en het parochieel mannenkoor, kwamen ook hier. Dan had ik donderdag na de repetitie 30 man binnen. De gemeenteraad kwam donderdagavond na de raadsvergadering hier. Tegenwoordig kan er op alle avonden van de week vergadering zijn, maar alleen op donderdag kunnen ze dan nog hier terecht. Alle burgemeesters die Boekel heeft gehad sinds 1986 zijn bij mij binnen geweest”, zegt Joep trots.
Overdag open
“In de tijd van An Dekkers werd hier nog theorieles gegeven door een autorijschool uit Venhorst. An was overdag open, maar dan stond ze wel in het café te strijken als dat zo uitkwam. Ik ben door de week alleen op dinsdagochtend open, als er markt is. Maar het is niet meer zoals vroe-ger, toen kwamen de marktlui ’s ochtends tussen half zeven en zeven uur binnen en dan namen ze een koffie of een borrel of allebei. En dan kwamen ze in de loop van de ochtend met groepjes van vier terug en dan werd er flink gedronken. Die marktlui, veel Helmonders, hadden een groot smoelwerk en die konden het wel vertellen. Daar kwamen dan weer andere mensen op af, gewoon om te luisteren, soms zelfs uit Uden. Dat was vermaak”.

Modernisering
Midden jaren 1990 heeft Joep de zaak verder gemoderniseerd. Het grote biljart dat in de gelagkamer staat, zakt in het weekend met één druk op de knop in de vloer en de lampen die er hangen worden opgetrokken. En er werd hele goede airco geïnstalleerd. Joep zegt: “Ik was de eerste hier in de verre omgeving die een beamer had met goede schermen. Dat had ik al met het wereldkampioenschap voetbal in Amerika in 1994. Er zat hier 200 man, alles helemaal versierd en met een tribune. Ik heb professioneel spul, haarscherp, want het moet goed zijn. Het moet beter zijn dan thuis. De laatste keer met het WK hadden we buiten een tv, een tv op de bar en dan nog twee schermen” (figuur 6). Joep had ook een abonnement op Canal+ voor live uitzendingen van voetbalwedstrijden en van Formule 1. Ooit kwam er 100 man voor de Formule 1. Als er aan andere kant van de wereld een wedstrijd werd gereden, dan werd er bij Joep, midden in de nacht, live meegekeken.

Stamgasten
Sommige stamgasten die al 40 jaar in het café komen, hebben een vaste kruk. Een enkeling heeft zelfs een eigen glas. Die komen elke zondagavond en anders bellen ze af. De jeugd komt daarop af want die vindt het interessant wat die mannen te vertellen hebben. “Ja”, zegt Max, “dat weet ik ook nog wel. En als je dan zo’n zwart shirtje had met de tekst ‘’t Menneke Boekel’ erop, dan hoorde je er helemaal bij” (figuur 5). Joep vult aan: “Oh, we hebben in al die jaren wel een kleine 2000 shirts uitgedeeld, en in het café hangen foto’s van onze klanten met die shirtjes aan op allerlei plekken in de wereld”. Eind jaren 1980 heeft Joep met een man of 6 à 7, klanten en personeel, meegedaan aan het TROS-programma ‘Te land, ter zee en in de lucht’. Een keer met tobbedansen in de Efteling, en daarna gingen ze in de winter in Oostenrijk met een eigengemaakt voertuig op ski’s in de sneeuw de berg af. Dat onderdeel van het TROS-programma heette ‘Blij dat ik glij’. “We hebben veel gelachen”, vertelt Joep. “Ik contracteerde toen, en ook nu nog, allerlei bandjes. Mijn eerste bandje kwam uit België en die hadden nog in het voorprogramma van de Dubliners gestaan. Dat kostte me toen wel 1000 gulden en dat was veel geld”. Ook nu treden er regelmatig allerlei bands op bij Joep. “In de ja-ren 1990” gaat hij door “had ik een hele creatieve knecht en toen hebben we playbackshows, quizzen, een Duitse avond en themafeesten georganiseerd hier in het café”.

Sociale functie van het café
Als mensen eenmaal een kroeg hebben waar ze vaker heen gaan, dan blijven ze daar meestal. In Boekel zijn er nog vier cafés: ‘t Menneke, d’n Tieleman, Salut (vroeger Hermans, tegenover de voormalige Boerenbond) en Peer van Uden. En ieder café heeft zijn eigen publiek. Het café heeft ook een sociale functie. Je kunt er komen en gaan wanneer je wilt. Joep zegt: “Ik heb wel eens horen zeggen dat het café de hoeksteen van de samenleving is. Het is al heel lang geleden, maar ik herinner me dat ik op een zaterdagavond vroeg leeg was. Het was rond een uur of een. Ik was aan het poetsen en toen kwam er een man binnen. Ik kende hem wel, maar hij was al 15 jaar niet in het café geweest. Hij vroeg of ie een pilsje kon krijgen. En ja, dat kon want het was nog geen 2 uur, sluitingstijd. Hij zei: ‘Joep, ik ga scheiden’. We hebben toen een heel gesprek gehad over zijn vrouw en zijn kinderen. Weet je, het is soms gemakkelijker om zoiets tegen een relatieve vreemde te zeggen, want dat was ik”.
Dan komt het gesprek op ruzies. Joep zegt: “Vroeger werd er veel meer geknokt. De rivaliteit van vroeger tussen Boekel en Venhorst bestaat niet meer. Als kastelein moet je te allen tijde de baas zijn en dat wordt steeds gemakkelijker. Het overwicht komt met de jaren”. Iris zegt: “Gisteren was er nog een die stond dronken op een kruk. Dan zeg ik dat ie er af moet gaan. Ik doe dat wel een paar keer als dat moet. En als zo iemand dan nog niet luistert, dan gaat de muziek uit. En andere klanten gaan zich ermee bemoeien en ze corrigeren elkaar”.

Spaarkas
Het doet ons heemkundehart goed dat Joep nog een spaarkas heeft hangen (figuur 7). Hij vertelt dat het vooral jongeren zijn die eraan deelnemen. Hij legt uit hoe het werkt: “Je spaart voor de kermis. Je wordt lid en elke week doe je er tenminste 1 euro in. En dat wordt genoteerd. Als je er niks in doet dan kost je dat 75 cent boete. Aan het eind worden het boetegeld en de contributie van 15 euro afgetrokken van de inleg. En samen met de rente van al het ingelegde geld wordt dat gebruikt voor een feest voor alle deelnemers. Op vrijdag vóór de kermis, en dat is meestal ook het einde van de vakantie, krijg je het restant van je inleg terug”.
“Vroeger was het café ook overdag open. Nu ben ik nog op dinsdagochtend open, vanwege de markt. En dan op donderdagavond, vrijdagavond, zaterdagavond en zondag de hele dag. Op die dag ga ik om 10:00 uur open onder meer voor de wielerclub. Er komt altijd veel volk tijdens de kermis, de carnaval, de boerenmert met hemelvaart en tegenwoordig Boe-Cult, dus dan ben ik open”.
Iris werkt nu 5 jaar als mede-eigenaar in het café. Voorlopig zal ze het café samen met Joep voortzetten en wat haar betreft zal het een bruin café blijven. Een bruin café, maar wel bij de tijd. Op onderhoud van het café zullen Joep en Iris niet bezuinigen. Terwijl wij aan het praten zijn, hebben ondertussen vier dames het hele café schoongepoetst.
